Levensschets

LevensschetsLevensschets van Edgar Tinel

Image

Image

Edgar Tinel werd geboren als Petrus Josephus Edgardis Tinel op 12 december 1853 in het gezin Tinel-Wagemans te Sinay. Hij is de tweede zoon van een reeks van 11 kinderen. Zijn vader is onderwijzer en koster. De kleine Edgar toont al vlug grote belangstelling voor de muziek. Voor de muzikale opleiding en verder onderricht gaan Oscar, zijn oudste broer, en Edgar tweemaal per week - te voet – naar Eksaarde om pianoles bij Ferdinand Van Durme. In Sint-Niklaas volgen ze de eerste vioollessen.
In 1863 vervoegt hij Oscar in Brussel waar ze les volgen aan het Conservatorium. Ze verblijven in een kostschool. Hij voorziet in zijn onderhoud o.a. door privélessen te geven. In 1872 behaalt hij een tweede prijs piano met o.a. De "Hammerklaviersonate, opus 106 " van Beethoven. In 1873 wint hij de eerste prijs klavieruitvoering. Hij treedt op in vele steden: Brussel, Gent, Sint-Niklaas, Lokeren, Aken, Keulen, Frankfurt, Berlijn. In 1874 voert hij in London een aartsmoeilijk werk van John Urich uit. Ondertussen begint Tinel te componeren. Zijn eerste compositie wordt 'Vier Nocturnes'. Daarna volgen 'Drie Fantasiestukken'.
Hij komt in contact met de poezie van Ema Coeckelbergh uit Sint-Niklaas en vraagt haar de toelating om de gedichten op muziek te zetten. Dat wordt zijn opus 5: 'Quatres Mélodies'. Het klikt en op 1 september 1877 huwen ze. Ondertussen is zijn vader overleden in 1876.

In 1877 is Tinel één van de zes deelnemers aan de grote prijskamp; de "Prix de Rome". Hij wint de prijs met 'Klokke Roeland'.
In 1879 stichten de Belgische bisschoppen te Mechelen een school voor Godsdienstige muziek, met Jaak Lemmens als directeur. In 1881 volgt de 27-jarige Tinel hem op. In dat jaar sterft ook zijn moeder. In 1883 ontmoet hij Brahms in Keulen en in september van dat jaar wordt hij zwaar ziek maar herstelt.
Ondertussen heeft hij Guido Gezelle leren kennen. Ze ontmoeten elkaar regelmatig en Gezelle schrijft een gedicht over Tinel: 'Hebt gi Tinel Edgar Tinel gezien ...' Uit hun samenwerking ontstaan 'Zes geestelijke gezangen', opus 33, 'Zes Marialiederen', opus 34 en 'Vier Adventliederen', opus 35.

In 1886 begint hij te componeren aan 'Franciscus', opus 33. In 1888 wordt het een eerste keer uitgevoerd te Mechelen. Het zal meer dan duizendmaal tijdens zijn leven uitgevoerd worden.
Hij wordt inspecteur van de muziekscholen in 1889.
In 1896 is hij leraar contrapunt en fuga aan het Kon. Muziekconservatorium te Brussel. Wanneer Gevaert in 1909 sterft, volgt Tinel hem op.
In 1897 wordt zijn 'Godelieve', opus 43 gecreëerd en in 1908 'Katharina', opus 44.
In 1902 wordt hij lid van de Koninklijke Academie van België.
In 1909 wordt hij de laatste kapelmeester van de koning. Hij was ook muziekleraar voor koningin Elisabeth.

Op 28 oktober 1912 overlijdt Edgar Tinel.